Techniek van het schieten (tireren) in petanque
Algemene beschrijving
- Doel: De goed geplaatste bal van de tegenstander raken en wegspeelen.
- Kenmerken: Spectaculair, vereist concentratie, vaardigheid en kracht – niet per se harde worpen.
- Uitgangshouding: Lijkt op staand plaatsen, maar met een iets gebogen romphouding en minder gebogen pols.
Belangrijke factoren voor een goede tireerbeweging
- Soepel verlopende beweging
- Samenspel van:
- Lenigheid
- Coördinatie
- Behendigheid
- Kracht
- Snelheid
- Harmonie is cruciaal: een kleine afwijking leidt al tot een misser.
Soorten schoten
-
Schieten op ijzer
- Bal raakt de tegenstander zonder de grond te raken.
- Moeilijkste schot, vereist nauwkeurigheid.
- Perfecte uitvoering: “carreau sur place” (bal blijft op de plek liggen).
-
Schieten over de grond
- Geschikt voor gladde terreinen.
- Effectief: meerdere boules tegelijk wegspeelen.
- Nadeel: destructief, kan de situatie verstoord en klossen veroorzaken.
- Gebruik alleen bij balvoordeel.
-
Slepend schieten
- Bal raakt de grond 3-4 meter voor het doel.
- Nadeel: minder controle door onregelmatigheden in het terrein.
-
Kort schieten
- Bal landt 20-30 cm voor de tegenstander, rolt door en ketst de tegenstander weg.
- Geschikt voor zanderig en vlak terrein.
- Gevoelig voor obstakels (bv. steentjes).
Trainingsoefeningen voor tireurs
Basisoefeningen
- Schieten op een boule op 4-10 meter afstand van de werpcirkel.
- Moeilijker maken: gebruik een butje in plaats van een boule.
- Leg de te schieten boule op een verhoging (bv. rol tapijt of boomstam) om ijzer op ijzer te oefenen.
Precisie-oefeningen
-
Naastliggende boules tireren:
- Plaats 2-3 boules naast elkaar (1 boule ruimte ertussen) op 4-5 meter.
- Probeer de linkse, middelste of rechtse boule te raken zonder de andere te raken.
- Bouw de afstand op tot 10 meter.
-
Achterliggende boules tireren:
- Plaats 2 boules achter elkaar (2 boules ruimte ertussen) op 8-9 meter.
- Probeer de achterste boule te raken zonder de voorste te raken.
- Uitbreiding: oefen met 3 boules en raak de middelste of achterste.
Geavanceerde oefeningen
-
Getrokken bal:
- Teken een lijn 9-10 cm voor de te tireren boule.
- Geef de geworpen boule contra-effect, zodat deze terugrolt over de lijn na het raken.
- Handig als een boule achter het butje ligt.
-
Carreau schieten:
- Leg de te tireren boule op de grond en teken een cirkel (diameter 50 cm) eromheen.
- Oefen het tireren zodat de aanvallende boule in de cirkel blijft liggen (een “blijver”).
- Start op 2-3 meter, vergroot de afstand tot 8-9 meter en verklein de cirkel.
Tip
- Goed tireren vereist veel oefening (bv. 3-4 keer per week).