Grip

Hoe houd je de boule vast? Dit is de juiste manier:

  1. Leg de boule in je handpalm – De boule moet niet in je vingers liggen, maar in je handpalm.
  2. Gebruik je duim, wijsvinger en middelvinger – Deze drie vingers houden de boule vast.
  3. Houd je vingers ontspannen – Knijp niet te hard, maar houd de boule licht vast.
  4. Laat je pink en ringvinger langs de boule glijden – Deze vingers helpen om de boule te sturen.

Fout: Niet met alle vingers knijpen. Dan gooi je de boule te hard en verlies je controle.

Verschillende grips

Er zijn drie manieren om de boule vast te houden:

  1. De klassieke grip – Duim onder, wijsvinger en middelvinger boven.
    Voordelen: Goede controle, geschikt voor alle worpen.
    Nadelen: Moeilijker voor mensen met kleine handen.
  2. De half-klassieke grip – Duim aan de zijkant, wijsvinger en middelvinger boven.
    Voordelen: Makkelijker voor mensen met kleine handen.
    Nadelen: Minder controle bij harde worpen.
  3. De schietgrip – Duim en wijsvinger aan de zijkant, middelvinger boven.
    Voordelen: Goed voor schieten (andere boules wegslaan).
    Nadelen: Moeilijk voor beginners.

💡 Tip: Gebruik de klassieke grip. Die is het makkelijkst en geeft de meeste controle.